Mijn huisgenoten

Ik praat wel altijd over die Chinezen, maar ik heb ze nog niet eens voorgesteld! Bij deze, mijn huisgenoten:

* Moses: Een vriendelijke kerel uit Sierra Leone, die hier DJ is en mij dus regelmatig gratis mee smokkelt en gratis drankjes geeft. Hij speelt Fifa en is ManU fan… Dat is er gewoon om vragen. Sinds Fifa 12 heb ik hem al ongeveer 14 keer op rij verslagen met Chelsea. Voor de rest is hij vooral lui, hij ligt de hele tijd in zijn zetel en hij heeft ook een aardige ‘beschermlaag’ op. Zijn kookkunsten zijn vrij beperkt tot maximum 4 verschillende gerechten volgens mij. Ik heb één keer geproefd en had meteen een liter water nodig om te blussen.

* Chinees nummer 1 en 2: Ik ken hun namen niet dus ik noem ze gewoon 1 en 2, 1 en 2 zijn een koppel, van ongeveer 23 jaar denk ik. Ze zijn getrouwd en nemen de gemeenschappelijke kamer volledig in beslag. 1, de jongen, is een vriendelijke kerel die mij altijd ‘buddy’ noemt omdat hij mijn naam waarschijnlijk ook niet weet. 2, het meisje (ik heb ook nog nooit een Chinees homo koppel gezien), is graatmager maar kookt hoeveelheden die alle ondervoedde kinderen in Moses’ thuisland dikzakjes kunnen maken. De tijdstippen waarop ze de hele keuken inpalmt zijn vrijwel altijd hetzelfde. Ze kookt om 9u, 12u, 18u, 20u en 24u.

* Chinees nummer 3: Hij is de kleinste Chinees van de hoop en is nog maar een paar maanden in Canada. Zijn Engels reikt niet verder dan “Joeee gooo klaaas todei?”, maar hij is tenminste wel vriendelijk. Zijn kookkunsten zijn rampzalig en ruimt nooit op, zijn ontbijt bestaat steevast uit frieten en voor een simpele steak te bakken vroeg hij mijn hulp. Hulpvaardig als ik ben zeg ik hem dat zoiets in een pan moet. Komt nummer 2 zich even moeien: “不,它不應該!” dus ik zeg: “可悲的是,我不會說中國”.

* Chinees nummer 4: Hij wordt ook wel eens “the one with the big head” genoemd. Hij is een informaticastudent en is er in geslaagd om de Moesson-wind mee te nemen tot in zijn kamer. Een grotere puinhoop heb ik nog nooit gezien. Als ik hem iets moet vragen moet ik eerst over een berg papier klimmen om dan met een liaan tot aan zijn bureau te slingeren. Hij kookt vooral tomaten.

* Steven: Steven is een grote, magere kerel. Hij speelt graag badminton, kan er niets van en hij kookt slechts één keer per dag. Ik heb een keer meegegeten met hem omdat hij het zo vriendelijk aanbood. Kip, met rijst: afschuwelijk. En dat voor een Chinees. Steven? Chinees?” Toen ik hem ontmoette zei hij zijn naam en na mijn 3de poging om die naam op een degelijke manier te herhalen zei hij gewoon “Steven”.

* Chloë is gewoon Belgisch, kookt ongeveer om de andere dag en ruimt op.

Advertisements

Gekke mensen

Het is alweer 2 weken geleden dat ik nog eens een blogje geschreven heb. Niet dat ik het zo geweldig druk heb, het leven hier is gewoon normaal voor me geworden. Desalniettemin zijn er toch nog wel wat zaken waar ik raar van op kijk.
Een kort overzicht van wat ik de afgelopen week tegenkwam of zag:

  • Ik was in het zwembad aan het trainen en opeens kwam er een andersgepigmenteerde medemens binnen (het woord neger valt hier niet zo in goede aarde). Op zich is dat al een raar zicht, als ze konden zwemmen hadden ze geen roeibootjes nodig om tot in Spanje te geraken. Maar deze kerel overtrof alles. Hij had een zwarte stoffen broek en een casual zwart T-shirt aan. Hij zwom steeds maar één lengte als een zeehond die nog nooit gezwommen heeft en rustte dan voor 5 minuten om een volgende poging te wagen.
  • Weeral in datzelfde zwembad, zag ik een behoorlijke dikke man. Behoorlijk dik naar de normen van Newfoundland is de grootste nachtmerrie van Sonja Kimpen in België. In tegenstelling tot de andersgepigmenteerde man is dit niet zo raar, de man wil wat afvallen en kiest zwemmen omdat dat zijn gewrichten niet belast. Hij posteerde zich in de ‘fast lane’, zelfvertrouwen troef. Heeft er iemand al ooit een olifant vlinderslag zien doen? Ik niet, maar dit had er verdacht veel van weg. Na 5 minuten had hij de helft van de zwemmers uit het zwembad gejaagd met zijn constante stroom van tsunamis.
  • Nog maar eens in het zwembad: een man die zwom met zijn slippers aan. Gelukkig in de ‘slow lane’. Toen ik het zwembad verliet moest ik nog altijd lachen met deze man en toen ik in de douche een Chinees met zo een grote duikersduikbril op tegenkwam barstte ik helemaal uit van het lachen.
  • Op straat liep er een weed-rokende hippie me voorbij, terwijl hij luidkeels “Tell me baby” van The Red Hot Chilipeppers zat te zingen, hij luisterde niet naar een ipod of iets dergelijk, een echte hippie dus!
  • Blijkbaar is het hier normaal dat iedereen op straat weed zit te roken, toen ik vorige week op mijn wekelijkse winkeluitstap naar Sobeys ging stond aan de uitgang van de supermarkt een groepje van 14-jarigen (schat ik) te blowen. En niemand die raar opkeek… Buiten ik dan.

Tot zover de vreemde dingen die me bijgebleven zijn van de afgelopen week.
De leuke dingen: lopen, zwemmen, een goeie film (50/50, aanrader!) en een houseparty waar ik mijn bierpong skills goed getraind heb. Ook het verwerken van een kater achteraf verloopt bijzonder vlot tegenwoordig!
Ik had ook nog een paar examens, piece of chocolate cake 😉

Roadtrip, part 2

Na 17u kwamen we dus eindelijk aan in Rocky Harbour, de metropool in Gros Morne (het nationaal park). Ons hostel vinden was geen probleem aangezien deze metropool zowat de grootte heeft van Hees. De kamer viel super goed mee dus meteen bed in voor een korte nacht. Om 10u ging de wekker, we wouden immers 2 wandeltochten doen die dag. Zo gezegd zo gedaan, prachtige natuur gezien en ook nog een verdwaalde Mexicaan die continu foto’s van zichzelf nam, of hoorde die bij ons?
Later die avond nog wat gegeten en vroeg gaan slapen, want zondag stond ons het letterlijke en figuurlijke hoogtepunt van de trip te wachten.

De wekkers van 8u kregen een vierdubbele snooze te verwerken en we stonden allen pas op om 9u, ofja… ik en Thom toch. Yadin en Joel werden pas wakker nadat ze enkele kussens naar hun hoofd geslingerd kregen. Na het ontbijt en het maken van een overlevingspakket vertrokken we met de auto naar de voet van Gros Morne Mountain: de hoogste berg in het hele park, welgeteld 809 meters hoog. Aan de voet ontmoetten we nog een Zwitsers koppel die de hele wandeling in onze buurt zouden vertoeven. Vriendelijke mensen.

Ready. Set. Go.

We vertrokken voor een 6-8u wandeltocht die “strenuous” oftewel inspannend zou zijn. Overdreven, dachten wij, dat zal wel de inspanningsgraad voor oudjes op een stok zijn. Na de eerste 4 aanloopkilometers door het bos stelden we onze perceptie over strenuous bij tot de inspanningsgraad voor oudjes zonder stok. Het platform dat ons info verschafte over de vegetatie en andere nutteloze dingen wees een route aan die leek te lopen naar een berg bedolven onder het sneeuw. En dan spreek ik nog niet over de hellingsgraad. Logica bracht ons bij de berg aan de overkant die wel een mooi pad kon herbergen. Niet dus. Het “pad”, dat nauwelijks een pad was, liep in rechte lijn naar de top van de berg.
We baanden ons een weg door een halve meter sneeuw en het grootste aantal stenen dat ik in mijn leven van dichtbij gezien heb. Na een uurtje bergbeklimmen bereikten we de top, zonder uitzicht, het was te mistig. We kwamen op de top ook nog een Filipijns koppel tegen die het pad kwijt waren. Blijkbaar kennen ze geen pijltjes in de Filipijnen. Het pad dat ons terug tot aan de voet zou leiden bleek van zachtere aard te zijn, maar eigenlijk liepen we gewoon langs een klein riviertje naar beneden. Natte voeten in het kwadraat. Op die afdaling hoorden we ook nog een raar geluid, een monotoon geluid. “Yes, eindelijk zien ze een of ander beest!”. En een beest zagen we, een Mexicaans die foto’s van zichzelf trok. Of hoorde hij bij ons? Blijkbaar wel, wat verklaart waarom hij op dezelfde kamer als ons sliep.
Lekkere wandeltocht, en best wel zwaar, strenuous heeft een heel andere betekenis gekregen.

‘s Avonds ging ik nog met Thom naar een restaurantje om een Moose-burger te eten (elandburger). Nadat we ons eten besteld hadden zat er opeens een Mexicaan langs me. Oh ja, die hoorde bij ons.

Over die Mexicaan valt overigens veel te vertellen.
Ik schets even zijn persoonlijkheid aan de hand van stereotype eigenschappen voordat ik met jullie een selectie van lachscènes deel.
Hij is het soort kerel die meezingt met elk liedje op de radio.
Hij is het soort kerel die het volume van het toetsenbord op z’n gsm op maximum zet.
Het soort kerel die een oneindige stroom van foto’s lanceert op Facebook.
Het soort kerel die de hele tijd niets staat te doen, maar als je wil vertrekken toch nog altijd op zich laat wachten.
Het soort kerel die een oneindige stroom foto’s van zichzelf zonder significante achtergrond lanceert op Facebook.
Die mompelt en niet door heeft dat mompelen onverstaanbaar is.
Die “Jajajaja” zegt in plaats van “Hahahaha”.

Ik ondersteun mijn weergave van hem:

  • Temidden op de snelweg, aan een snelheid van 100km/h zegt hij “Wait a second” omdat hij een foto wil nemen.
  • Het wakker worden verloopt zo bij hem: Hij slaapt diep, zit ineens recht, mompelt en zaagt wat en staat dan op. Elke keer weer.
  • Elke keer als hij een stuk dierenstront tegenkomt op het pad, hangt hij er met zijn hoofd boven en zegt: “Guys, I really think this shit is fresh.”
  • Het aantal foto’s dat hij per dag maakt komt neer op een totaal van 120. Waarvan 74 van zichzelf.
  • Dat hij hartenjagen niet kent, tot daar aan toe. Maar zelfs bij het delen van de kaarten loopt het fout. Bij hartenjagen krijgt iedere speler 13 kaarten. Hij had er 4 pogingen voor nodig om dit voor mekaar te krijgen.
  • Enzovoort enzovoort 🙂
    Ziezo, de kleine frustratie van me afgeschreven, ik kan weer een Mexicaan of 4 aan.

    Tot de volgende!

    Ohja: 5 Chinezen zijn nog altijd erger dan honderd Mexicanen

Roadtrip, part 1

Ik schets even een basisroadtrip: je rijdt met een auto naar één of meer bestemmingen.

Onze roadtrip verliep even anders.

Ik ging vrijdagochtend samen met Thom naar het bedrijf dat ons een auto verhuurt om de auto op te pikken op het afgesproken uur, 8u30. Stipt als we zijn stonden we er om half negen, voor gesloten deuren. Toen er eindelijk iemand kwam opdagen om 9u bleek dat we het met een andere auto moesten doen. Die auto op zich viel wel mee, de extra kosten niet. Enfin, we registreerden Thom als ‘main driver’ en we zouden de anderen in Gander als ‘additional driver’ registreren. Gander is een stad halverwege onze route op ongeveer 300km van St. Johns. We bereikten Gander na een goeie 3u rijden, deden een MacDonaldsje en een Dollaramatje om daarna naar het Avis bureau te gaan. Op dat Avis bureau vertelde een mevrouw met middaghumeur dat het niet mogelijk was om een extra driver te registreren. Ik zet het even op een rijtje: de hoofdbestuurder moet ouder zijn als 21 en is verantwoordelijk, de additionele bestuurders moeten minimaal 25 zijn. Logica kennen ze niet bij Avis…

Dan moet Thom maar de hele route rijden wat hij ook deed, held. Met nog 250km te gaan, de volledige route was 700km, kwamen we in een file terecht. We kwamen geen meter vooruit en de politie vertelde ons dat we minimaal 3u zouden stilstaan. We stapten uit, dwaalden wat rond en kwamen te weten dat er een ongeluk was gebeurd. Een grote tanker en een auto waren betrokken met 2 doden als gevolg. We vroegen of er een mogelijke omweg of alternatieve weg was maar kregen een negatief antwoord. Hierdoor besloten we terug te keren naar de laatste grote stad… 20000 inwoners is hier immens. In de plaatselijke subway vertelde men ons dat er nog eens 3u wachttijd bijkwam. We besloten het er toch op te wagen en kwamen uiteraard weer vast te zitten. Op het moment van schrijven is het kwart voor elf en staan we (opnieuw) vast voor een uur of drie. Het is nu al ongeveer 8u geleden dat het ongeluk plaatsvond en gedurende die tijd is newfoundland dus in twee ,voor elkaar onbereikbare, delen gesplitst. Ondenkbaar maar voor sommigen misschien wenselijk in België.

Onze roadtrip mist dus het ‘rijden’-gedeelte. Ach ja, ik heb weer iets om te vertellen.

Update: na 17,5u zijn we eindelijk aangekomen.

First times

Het is al anderhalve week geleden dat ik m’n blog nog geupdate heb, en dat vanwege:
* Schoolprojecten
* Examens
(ja we moeten hier ook effectief studeren!)
* Mijn “trainen heeft voorrang”-regel
* Algemene luiheid, waarvan ik het engelse equivalent nu ook ken: ik ben een slacker!

Naast deze geweldig interessante en spannende activiteiten heb ik ook nog een deel first times meegemaakt in die anderhalve week.
Zo had ik mijn eerste bus crawl, uitgenodigd door Martin, een kerel die we in de Subway om 4u snachts hadden leren kennen. Een bus crawl is praktisch hetzelfde als een pub crawl, alleen dat je je verplaatst met een oldschool schoolbus.
Het positieve: we hebben veel gratis bier gekregen, al dan niet terecht (‘ticket’fraude enzo…)
Het negatieve: de pubs die we bezochten waren ronduit slecht: geen muziek, en enkel de vaste tooghangers… Nu ja, waar we in België vaste tooghangers hebben, hebben ze hier vaste gokkers. In elke pub stond er een rij van ongeveer 6 goktoestellen (varianten van dat ene spel waar je de hendel naar omlaag trekt en hoopt dat er een berg muntjes uitvalt), steeds bevolkt met mensen die een waren geworden met de barkruk waar ze op zaten. De bus zette ons uiteindelijk downtown af waar we naar Club V gingen om er alsnog een geslaagde avond van te maken.

Toen om 3u de club sluitte was het tijd voor een nieuwe first time: poutine.
We gingen naar Celtic Heart (de wimbledon van St. John’s) en ik bestelde mijn allereerste poutine.
Rotzooi (klik hier voor een foto). Het is gewoon een berg frieten overgoten met gravy (‘vleesnat’) en kaas. Op zich wel lekker maar gewoon te vettig. De dag erna heb ik mijn schuldgevoel weggelopen 🙂

Een andere first time was naar de kapper gaan in Canada.
Ik had een zaak gevonden die wel leek op een soort Visa Versa van bij ons, “The Hair Factory”. Dus afspraakje gemaakt en ik stond er stipt op het afgesproken uur. Mijn kapper was Glenn en natuurlijk was hij homo.
Alles leek zeer goed te gaan tot en met het wassen van mijn haar.
Dan begon hij te knippen…
Hij leek wel iemand met een haarfobie. Hij knipte per millimeter en volledig willekeurig, dan eens opzij, dan vanachter, nog maar eens op zij en oh ja vanboven ook nog een millimetertje eraf.
Tussendoor kwam ik zowat alles te weten over hem: hij kijkt graag naar ‘Modern Family’ en kan niet overweg met zijn 2 broers en 2 zussen, zijn jongste broer is een heuse “pain in the ass” maar de laatste tijd begint hij wat closer te worden met zijn oudste zus. Ik gok vanwege dezelfde interesse wat betreft de partnerkeuze.
Na een uur millimetertjes knippen leek het voor mij alsof er totaal niets geknipt was, dus toen hij vroeg “Is it good like that?” zei ik maar gewoon ja om me daarna snel weg te maken.Toen ik thuis kwam checkte ik nog even en mijn haar zag er alles behalve geknipt uit.

Achja beter te lang dan te kort, uiteindelijk merkte ik dat mijn haar toch wel wat ingekort en uitgedund is maar of dat door de kapper komt of door de examenstress …who knows…
(De mensen die me kennen weten het antwoord op deze vraag zonder moeite)

Morgen ga ik samen met Thom, Joel en Yadin naar Gros Morne, het nationaal park in Newfoundland. We rijden ongeveer 700km met een gehuurde auto, een coole auto potverdorie! (fotootje)
Het plan is dat we daar wat gaan wandelen in de bergen en er gewoon een leuke roadtrip van maken.

Een volgende update volgt maandag als we terug zijn uit Gros Morne 🙂

See you!