Hockey vs Voetbal

Achtergrondinformatie:

2 weken geleden kwam onze prof van Investments na de les naar ons (Chloe, Joel en ik) toe met de vraag “Belgian, Swede and German have you guys seen a hockey game yet?” Ik was meteen beledigd omdat hij mij Duitser noemde. Noem mij Italiaan, Zimbabwaan of Djiboutiaan. Dat rijmt op zen minst nog met mijn naam. Maar geen Duitser, en zeker geen Chinees. Dat laatste is gelukkig nog niet voorgekomen, indien het voorkomt zullen jullie het snel te weten komen als mijn foto het eindelijk tot in het journaal schopt. De woorden ‘moord’ en ‘racisme’ moet je er dan wel bijnemen.

Enfin, na hem meteen op zijn fout gewezen te hebben vroeg hij ons dus mee naar een ijshockey match.

Voorgrondinformatie:

Voorgrondinformatie bestaat vanaf nu wel, mijnheer Van Dale, ik hoop dat u mijn blog leest. Afgelopen vrijdag was het dan zover, om 6u30 kwam mijnheer Faseruk, Alex voor de vrienden, ons ophalen bij Joel. We waren zo vriendelijk om hem wat Belgisch bier te geven als wederdienst. Het werd Stella, achja hier zijn ze toch niks gewoon, het is toch al beter als Heineken.

Hockey valt in geen opzicht te vergelijken met voetbal, vandaar dat ik het toch ga doen. De enige gelijkenis is dat er een keeper is en dat de puck (de bal) zoveel mogelijk in het andere doel moet. Er is ook buitenspel maar daar ga ik jullie niet mee lastig vallen want dan zou ik buitenspel in het voetbal ook nog moeten uitleggen voor de vrouwen, en we weten allemaal dat dat onmogelijk is. In hockey wordt er 3 keer een helft van 20 minuten gespeeld en elke keer als het spel onderbroken wordt, wordt de klok ook stilgezet. Na 1 minuut speeltijd had de klok al meer stilgestaan dan seconden weggetikt. Na 18 seconden zagen we gevecht nummer 1 en na 42 seconden gevecht nummer 2. In tegenstelling tot bij het voetbal, waarbij de spelers uit elkaar gehaald worden en een eventuele gele/rode kaart krijgen, laat men de hockey spelers zich volledig uitleven op elkaar. Helm en handschoenen worden uitgegooid en ze vegen er op los tot uitputting of totdat een van de twee neergaat. Neen geen rode kaarten in het ijshockey, slechts 5 minuten straftijd, meer niet. Geweldige sport.

Het publiek juigt ook enkel als er gescoord wordt en des te meer als er gevochten wordt. We zitten in Noord-Amerika hé. Na de tweede helft verslond een walvis achter mij al haar tweede pak frieten en begon ik eindelijk zicht te krijgen op het spel zelf. Ijshockeyspelers zijn beesten. Punt aan de lijn.

Iets heel anders nu, we zijn halverwege movember en dit is de voorlopige tussenstand:

Movember

Waar de rest in de wereld zich in de maand november bevindt, bevinden we ons in Canada in de maand movember. In deze maand wordt er geld ingezameld voor het goede doel (prostaatkanker) door een snor te laten groeien. Uiteraard doen alleen mannen hier aan mee, we zitten nu eenmaal niet in Turkije.
En ja!
Ik doe ook mee!

Zij die denken “Goed zo Daan, eindelijk eens iets voor het goede doel!” moet ik teleurstellen. De enige bijdrage die ik lever is ervoor zorgen dat mannen die effectief geld inzamelen met hun snor er minder belachelijk uitzien. Want ik zie er uit als een zwerver. Een foto volgt later want ik ga echt niet als een Justin Bieber-fan een foto van mezelf in de spiegel van de badkamer maken. Mijn haar laten groeien en meisjesachtige liedjes meezingen tot daar aan toe, maar foto’s in de badkamer, daar doe ik niet aan mee!

Dat haar laten groeien liep ook nog fout deze week. Ik ging naar de kapper. Dodelijk als je met een Bieberkapsel wil terugkeren.
Mijn vorige kapper verhaal was eentje zonder happy ending, ik had een uur en 30$ van mijn leven verspild en niemand zag dat mijn haar geknipt was.

Troy en Aislinn raadden me afzonderlijk aan om naar The Head Room te gaan, dat moest dus wel een goed kapsalon zijn. Dus ik maakte een afspraak en ik kreeg “stylist X” aangewezen, ik verstond haar naam niet vandaar de X. Dus ik wandelde naar het kapsalon en wachtte totdat X me kwam ophalen. “Doan?”.Iedereen spreekt mijn naam hier verkeerd uit dus ik dacht wel dat ze mij bedoelde. Ik keek rond me om te zien wie me roepte maar zag niets. Totdat ik merkte dat er een dwerg voor me stond. X was maar een meter groot (met enige zin voor overdrijving). “We’re first going to have a talk and then I’ll wash your hair and we can come back to give you a haircut.” Ik heb geen dwergenallergie dus dat praatje kon er wel vanaf. Toen ze uiteindelijk mijn haar begon te knippen merkte ik dat ze moeite had met mijn grootte, of eerder haar grootte. Ze kon met moeite de bovenkant van mijn hoofd zien, zelfs nadat ze de stoel op het laagste niveau had gezet. Ik dacht bij mezelf “Dit loopt weer fout”. Komt er ook nog een stagiare naast me staan om de hele tijd te kijken hoe X mijn haar knipt, gezellig is anders. Een uur later kwam ik buiten met een degelijk kapsel, niet geweldig maar gelukkig absorbeert mijn zwerver-ringbaardje alle aandacht. Het blijft me wel een raadsel waarom ze hier zoveel tijd nodig hebben om mijn haar te knippen. In België deed Luciano het zelfs in een halfuur en in dat halfuur kwam ik alles te weten van zijn moestuin tot zijn Italiaanse roots. Mijn huidige kapper in België heeft zelfs maar 15 minuten nodig. Acja, het leven als dwerg is al moeilijk genoeg dus dat vergeven we haar wel.

Omdat JJ niet meer een fifa toernooitje wil houden in zijn kamer (ik vermoed omdat hij bang is dat ik het kot helemaal afbreek als ik verlies) moeten we onze tijd dat we niet studeren of met een kater vechten op andere manieren doden. Bowlen in St. John’s! Gelukkig ben ik niet zo een slechte verliezer in bowlen als in fifa. Mede omdat ik gewend ben te verliezen met bowlen maar vooral omdat frustraties uitwerken met bowlingballen redelijk fout kan lopen.

PS: ik denk er over na om Peter Goossens van de troon te stoten met mijn exponentieel verbeterende kookkunsten, waar ik waarschijnlijk een volgende blog aan ga wijden.

Roadtrip, part 2

Na 17u kwamen we dus eindelijk aan in Rocky Harbour, de metropool in Gros Morne (het nationaal park). Ons hostel vinden was geen probleem aangezien deze metropool zowat de grootte heeft van Hees. De kamer viel super goed mee dus meteen bed in voor een korte nacht. Om 10u ging de wekker, we wouden immers 2 wandeltochten doen die dag. Zo gezegd zo gedaan, prachtige natuur gezien en ook nog een verdwaalde Mexicaan die continu foto’s van zichzelf nam, of hoorde die bij ons?
Later die avond nog wat gegeten en vroeg gaan slapen, want zondag stond ons het letterlijke en figuurlijke hoogtepunt van de trip te wachten.

De wekkers van 8u kregen een vierdubbele snooze te verwerken en we stonden allen pas op om 9u, ofja… ik en Thom toch. Yadin en Joel werden pas wakker nadat ze enkele kussens naar hun hoofd geslingerd kregen. Na het ontbijt en het maken van een overlevingspakket vertrokken we met de auto naar de voet van Gros Morne Mountain: de hoogste berg in het hele park, welgeteld 809 meters hoog. Aan de voet ontmoetten we nog een Zwitsers koppel die de hele wandeling in onze buurt zouden vertoeven. Vriendelijke mensen.

Ready. Set. Go.

We vertrokken voor een 6-8u wandeltocht die “strenuous” oftewel inspannend zou zijn. Overdreven, dachten wij, dat zal wel de inspanningsgraad voor oudjes op een stok zijn. Na de eerste 4 aanloopkilometers door het bos stelden we onze perceptie over strenuous bij tot de inspanningsgraad voor oudjes zonder stok. Het platform dat ons info verschafte over de vegetatie en andere nutteloze dingen wees een route aan die leek te lopen naar een berg bedolven onder het sneeuw. En dan spreek ik nog niet over de hellingsgraad. Logica bracht ons bij de berg aan de overkant die wel een mooi pad kon herbergen. Niet dus. Het “pad”, dat nauwelijks een pad was, liep in rechte lijn naar de top van de berg.
We baanden ons een weg door een halve meter sneeuw en het grootste aantal stenen dat ik in mijn leven van dichtbij gezien heb. Na een uurtje bergbeklimmen bereikten we de top, zonder uitzicht, het was te mistig. We kwamen op de top ook nog een Filipijns koppel tegen die het pad kwijt waren. Blijkbaar kennen ze geen pijltjes in de Filipijnen. Het pad dat ons terug tot aan de voet zou leiden bleek van zachtere aard te zijn, maar eigenlijk liepen we gewoon langs een klein riviertje naar beneden. Natte voeten in het kwadraat. Op die afdaling hoorden we ook nog een raar geluid, een monotoon geluid. “Yes, eindelijk zien ze een of ander beest!”. En een beest zagen we, een Mexicaans die foto’s van zichzelf trok. Of hoorde hij bij ons? Blijkbaar wel, wat verklaart waarom hij op dezelfde kamer als ons sliep.
Lekkere wandeltocht, en best wel zwaar, strenuous heeft een heel andere betekenis gekregen.

‘s Avonds ging ik nog met Thom naar een restaurantje om een Moose-burger te eten (elandburger). Nadat we ons eten besteld hadden zat er opeens een Mexicaan langs me. Oh ja, die hoorde bij ons.

Over die Mexicaan valt overigens veel te vertellen.
Ik schets even zijn persoonlijkheid aan de hand van stereotype eigenschappen voordat ik met jullie een selectie van lachscènes deel.
Hij is het soort kerel die meezingt met elk liedje op de radio.
Hij is het soort kerel die het volume van het toetsenbord op z’n gsm op maximum zet.
Het soort kerel die een oneindige stroom van foto’s lanceert op Facebook.
Het soort kerel die de hele tijd niets staat te doen, maar als je wil vertrekken toch nog altijd op zich laat wachten.
Het soort kerel die een oneindige stroom foto’s van zichzelf zonder significante achtergrond lanceert op Facebook.
Die mompelt en niet door heeft dat mompelen onverstaanbaar is.
Die “Jajajaja” zegt in plaats van “Hahahaha”.

Ik ondersteun mijn weergave van hem:

  • Temidden op de snelweg, aan een snelheid van 100km/h zegt hij “Wait a second” omdat hij een foto wil nemen.
  • Het wakker worden verloopt zo bij hem: Hij slaapt diep, zit ineens recht, mompelt en zaagt wat en staat dan op. Elke keer weer.
  • Elke keer als hij een stuk dierenstront tegenkomt op het pad, hangt hij er met zijn hoofd boven en zegt: “Guys, I really think this shit is fresh.”
  • Het aantal foto’s dat hij per dag maakt komt neer op een totaal van 120. Waarvan 74 van zichzelf.
  • Dat hij hartenjagen niet kent, tot daar aan toe. Maar zelfs bij het delen van de kaarten loopt het fout. Bij hartenjagen krijgt iedere speler 13 kaarten. Hij had er 4 pogingen voor nodig om dit voor mekaar te krijgen.
  • Enzovoort enzovoort 🙂
    Ziezo, de kleine frustratie van me afgeschreven, ik kan weer een Mexicaan of 4 aan.

    Tot de volgende!

    Ohja: 5 Chinezen zijn nog altijd erger dan honderd Mexicanen

First times

Het is al anderhalve week geleden dat ik m’n blog nog geupdate heb, en dat vanwege:
* Schoolprojecten
* Examens
(ja we moeten hier ook effectief studeren!)
* Mijn “trainen heeft voorrang”-regel
* Algemene luiheid, waarvan ik het engelse equivalent nu ook ken: ik ben een slacker!

Naast deze geweldig interessante en spannende activiteiten heb ik ook nog een deel first times meegemaakt in die anderhalve week.
Zo had ik mijn eerste bus crawl, uitgenodigd door Martin, een kerel die we in de Subway om 4u snachts hadden leren kennen. Een bus crawl is praktisch hetzelfde als een pub crawl, alleen dat je je verplaatst met een oldschool schoolbus.
Het positieve: we hebben veel gratis bier gekregen, al dan niet terecht (‘ticket’fraude enzo…)
Het negatieve: de pubs die we bezochten waren ronduit slecht: geen muziek, en enkel de vaste tooghangers… Nu ja, waar we in België vaste tooghangers hebben, hebben ze hier vaste gokkers. In elke pub stond er een rij van ongeveer 6 goktoestellen (varianten van dat ene spel waar je de hendel naar omlaag trekt en hoopt dat er een berg muntjes uitvalt), steeds bevolkt met mensen die een waren geworden met de barkruk waar ze op zaten. De bus zette ons uiteindelijk downtown af waar we naar Club V gingen om er alsnog een geslaagde avond van te maken.

Toen om 3u de club sluitte was het tijd voor een nieuwe first time: poutine.
We gingen naar Celtic Heart (de wimbledon van St. John’s) en ik bestelde mijn allereerste poutine.
Rotzooi (klik hier voor een foto). Het is gewoon een berg frieten overgoten met gravy (‘vleesnat’) en kaas. Op zich wel lekker maar gewoon te vettig. De dag erna heb ik mijn schuldgevoel weggelopen 🙂

Een andere first time was naar de kapper gaan in Canada.
Ik had een zaak gevonden die wel leek op een soort Visa Versa van bij ons, “The Hair Factory”. Dus afspraakje gemaakt en ik stond er stipt op het afgesproken uur. Mijn kapper was Glenn en natuurlijk was hij homo.
Alles leek zeer goed te gaan tot en met het wassen van mijn haar.
Dan begon hij te knippen…
Hij leek wel iemand met een haarfobie. Hij knipte per millimeter en volledig willekeurig, dan eens opzij, dan vanachter, nog maar eens op zij en oh ja vanboven ook nog een millimetertje eraf.
Tussendoor kwam ik zowat alles te weten over hem: hij kijkt graag naar ‘Modern Family’ en kan niet overweg met zijn 2 broers en 2 zussen, zijn jongste broer is een heuse “pain in the ass” maar de laatste tijd begint hij wat closer te worden met zijn oudste zus. Ik gok vanwege dezelfde interesse wat betreft de partnerkeuze.
Na een uur millimetertjes knippen leek het voor mij alsof er totaal niets geknipt was, dus toen hij vroeg “Is it good like that?” zei ik maar gewoon ja om me daarna snel weg te maken.Toen ik thuis kwam checkte ik nog even en mijn haar zag er alles behalve geknipt uit.

Achja beter te lang dan te kort, uiteindelijk merkte ik dat mijn haar toch wel wat ingekort en uitgedund is maar of dat door de kapper komt of door de examenstress …who knows…
(De mensen die me kennen weten het antwoord op deze vraag zonder moeite)

Morgen ga ik samen met Thom, Joel en Yadin naar Gros Morne, het nationaal park in Newfoundland. We rijden ongeveer 700km met een gehuurde auto, een coole auto potverdorie! (fotootje)
Het plan is dat we daar wat gaan wandelen in de bergen en er gewoon een leuke roadtrip van maken.

Een volgende update volgt maandag als we terug zijn uit Gros Morne 🙂

See you!