Roadtrip, part 2

Na 17u kwamen we dus eindelijk aan in Rocky Harbour, de metropool in Gros Morne (het nationaal park). Ons hostel vinden was geen probleem aangezien deze metropool zowat de grootte heeft van Hees. De kamer viel super goed mee dus meteen bed in voor een korte nacht. Om 10u ging de wekker, we wouden immers 2 wandeltochten doen die dag. Zo gezegd zo gedaan, prachtige natuur gezien en ook nog een verdwaalde Mexicaan die continu foto’s van zichzelf nam, of hoorde die bij ons?
Later die avond nog wat gegeten en vroeg gaan slapen, want zondag stond ons het letterlijke en figuurlijke hoogtepunt van de trip te wachten.

De wekkers van 8u kregen een vierdubbele snooze te verwerken en we stonden allen pas op om 9u, ofja… ik en Thom toch. Yadin en Joel werden pas wakker nadat ze enkele kussens naar hun hoofd geslingerd kregen. Na het ontbijt en het maken van een overlevingspakket vertrokken we met de auto naar de voet van Gros Morne Mountain: de hoogste berg in het hele park, welgeteld 809 meters hoog. Aan de voet ontmoetten we nog een Zwitsers koppel die de hele wandeling in onze buurt zouden vertoeven. Vriendelijke mensen.

Ready. Set. Go.

We vertrokken voor een 6-8u wandeltocht die “strenuous” oftewel inspannend zou zijn. Overdreven, dachten wij, dat zal wel de inspanningsgraad voor oudjes op een stok zijn. Na de eerste 4 aanloopkilometers door het bos stelden we onze perceptie over strenuous bij tot de inspanningsgraad voor oudjes zonder stok. Het platform dat ons info verschafte over de vegetatie en andere nutteloze dingen wees een route aan die leek te lopen naar een berg bedolven onder het sneeuw. En dan spreek ik nog niet over de hellingsgraad. Logica bracht ons bij de berg aan de overkant die wel een mooi pad kon herbergen. Niet dus. Het “pad”, dat nauwelijks een pad was, liep in rechte lijn naar de top van de berg.
We baanden ons een weg door een halve meter sneeuw en het grootste aantal stenen dat ik in mijn leven van dichtbij gezien heb. Na een uurtje bergbeklimmen bereikten we de top, zonder uitzicht, het was te mistig. We kwamen op de top ook nog een Filipijns koppel tegen die het pad kwijt waren. Blijkbaar kennen ze geen pijltjes in de Filipijnen. Het pad dat ons terug tot aan de voet zou leiden bleek van zachtere aard te zijn, maar eigenlijk liepen we gewoon langs een klein riviertje naar beneden. Natte voeten in het kwadraat. Op die afdaling hoorden we ook nog een raar geluid, een monotoon geluid. “Yes, eindelijk zien ze een of ander beest!”. En een beest zagen we, een Mexicaans die foto’s van zichzelf trok. Of hoorde hij bij ons? Blijkbaar wel, wat verklaart waarom hij op dezelfde kamer als ons sliep.
Lekkere wandeltocht, en best wel zwaar, strenuous heeft een heel andere betekenis gekregen.

‘s Avonds ging ik nog met Thom naar een restaurantje om een Moose-burger te eten (elandburger). Nadat we ons eten besteld hadden zat er opeens een Mexicaan langs me. Oh ja, die hoorde bij ons.

Over die Mexicaan valt overigens veel te vertellen.
Ik schets even zijn persoonlijkheid aan de hand van stereotype eigenschappen voordat ik met jullie een selectie van lachscènes deel.
Hij is het soort kerel die meezingt met elk liedje op de radio.
Hij is het soort kerel die het volume van het toetsenbord op z’n gsm op maximum zet.
Het soort kerel die een oneindige stroom van foto’s lanceert op Facebook.
Het soort kerel die de hele tijd niets staat te doen, maar als je wil vertrekken toch nog altijd op zich laat wachten.
Het soort kerel die een oneindige stroom foto’s van zichzelf zonder significante achtergrond lanceert op Facebook.
Die mompelt en niet door heeft dat mompelen onverstaanbaar is.
Die “Jajajaja” zegt in plaats van “Hahahaha”.

Ik ondersteun mijn weergave van hem:

  • Temidden op de snelweg, aan een snelheid van 100km/h zegt hij “Wait a second” omdat hij een foto wil nemen.
  • Het wakker worden verloopt zo bij hem: Hij slaapt diep, zit ineens recht, mompelt en zaagt wat en staat dan op. Elke keer weer.
  • Elke keer als hij een stuk dierenstront tegenkomt op het pad, hangt hij er met zijn hoofd boven en zegt: “Guys, I really think this shit is fresh.”
  • Het aantal foto’s dat hij per dag maakt komt neer op een totaal van 120. Waarvan 74 van zichzelf.
  • Dat hij hartenjagen niet kent, tot daar aan toe. Maar zelfs bij het delen van de kaarten loopt het fout. Bij hartenjagen krijgt iedere speler 13 kaarten. Hij had er 4 pogingen voor nodig om dit voor mekaar te krijgen.
  • Enzovoort enzovoort 🙂
    Ziezo, de kleine frustratie van me afgeschreven, ik kan weer een Mexicaan of 4 aan.

    Tot de volgende!

    Ohja: 5 Chinezen zijn nog altijd erger dan honderd Mexicanen

    Advertisements

Roadtrip, part 1

Ik schets even een basisroadtrip: je rijdt met een auto naar één of meer bestemmingen.

Onze roadtrip verliep even anders.

Ik ging vrijdagochtend samen met Thom naar het bedrijf dat ons een auto verhuurt om de auto op te pikken op het afgesproken uur, 8u30. Stipt als we zijn stonden we er om half negen, voor gesloten deuren. Toen er eindelijk iemand kwam opdagen om 9u bleek dat we het met een andere auto moesten doen. Die auto op zich viel wel mee, de extra kosten niet. Enfin, we registreerden Thom als ‘main driver’ en we zouden de anderen in Gander als ‘additional driver’ registreren. Gander is een stad halverwege onze route op ongeveer 300km van St. Johns. We bereikten Gander na een goeie 3u rijden, deden een MacDonaldsje en een Dollaramatje om daarna naar het Avis bureau te gaan. Op dat Avis bureau vertelde een mevrouw met middaghumeur dat het niet mogelijk was om een extra driver te registreren. Ik zet het even op een rijtje: de hoofdbestuurder moet ouder zijn als 21 en is verantwoordelijk, de additionele bestuurders moeten minimaal 25 zijn. Logica kennen ze niet bij Avis…

Dan moet Thom maar de hele route rijden wat hij ook deed, held. Met nog 250km te gaan, de volledige route was 700km, kwamen we in een file terecht. We kwamen geen meter vooruit en de politie vertelde ons dat we minimaal 3u zouden stilstaan. We stapten uit, dwaalden wat rond en kwamen te weten dat er een ongeluk was gebeurd. Een grote tanker en een auto waren betrokken met 2 doden als gevolg. We vroegen of er een mogelijke omweg of alternatieve weg was maar kregen een negatief antwoord. Hierdoor besloten we terug te keren naar de laatste grote stad… 20000 inwoners is hier immens. In de plaatselijke subway vertelde men ons dat er nog eens 3u wachttijd bijkwam. We besloten het er toch op te wagen en kwamen uiteraard weer vast te zitten. Op het moment van schrijven is het kwart voor elf en staan we (opnieuw) vast voor een uur of drie. Het is nu al ongeveer 8u geleden dat het ongeluk plaatsvond en gedurende die tijd is newfoundland dus in twee ,voor elkaar onbereikbare, delen gesplitst. Ondenkbaar maar voor sommigen misschien wenselijk in België.

Onze roadtrip mist dus het ‘rijden’-gedeelte. Ach ja, ik heb weer iets om te vertellen.

Update: na 17,5u zijn we eindelijk aangekomen.